Zakelijk sociaal compliance-initiatief (BSCI)

Wat is een BSCI-audit?

Een Business Social Compliance Initiative (BSCI)-audit is het proces waarbij de sociale compliance van een organisatie in de mondiale toeleveringsketen wordt beoordeeld. Het heeft tot doel de processen en werkomstandigheden van de organisatie te evalueren als deze zich houdt aan de principes van de BSCI-gedragscode. Een BSCI-audit is essentieel om een ​​consistente en harmonieuze ethische toeleveringsketen te creëren.

Belang van BSCI-audit

Het uitvoeren van een BSCI-audit helpt de organisatie bij het monitoren en beoordelen van de normen op de werkplek, inclusief handelaars, verkopers en leveranciers, als zij blijk geven van sociale verantwoordelijkheid in de mondiale toeleveringsketen. Het helpt de organisatie om:
• arbeidsproblemen van hun leveranciers vermijden,
• het standaardiseren van beleid en processen in overeenstemming met de wereldmarkthandel, en
• onnodige schadekosten en negatieve pers terugdringen.

11 Principes van de BSCI-gedragscode

BSCI werd in 2003 opgericht door de Foreign Trade Association (FTA) om een ​​gemeenschappelijk platform op te zetten voor de gedragscodes en monitoringsystemen van de verschillende Europese bedrijven. Hieronder volgen de principes die in acht worden genomen volgens de BSCI-gedragscode:

1. Het recht op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen

Werknemers hebben het recht om lid te worden of een vakbondsgroep te vormen om samen te werken en een dialoog aan te gaan over kwesties op de werkplek en collectieve onderhandelingen.

2. Eerlijke verloning

Werknemers moeten een eerlijke vergoeding krijgen voor de diensten die zij leveren. Het zou voldoende moeten zijn om hen een fatsoenlijk bestaan ​​voor zichzelf en hun gezinnen te bieden.

3. Gezondheid en veiligheid op het werk

De organisatie moet voldoen aan de Workplace Health and Safety (WHS)-praktijken die in het hele bedrijf zijn geïmplementeerd en gevolgd. Partners moeten hun werknemers beschermen bij werkgerelateerde incidenten, verwondingen en ziekten.

4. Speciale bescherming voor jonge werknemers

Zakenpartners moeten de gezondheid en veiligheid van jonge werknemers garanderen, rekening houdend met het soort werk, de gezondheidsrisico's en de werktijden die waarschijnlijk van invloed zijn op hun aanwezigheid op en deelname aan school.

5. Geen gebonden arbeid

Zakenpartners mogen niet deelnemen aan enige vorm van dienstbaarheid of onvrijwillige arbeid. Zij moeten hun werknemers het recht geven om het werk te verlaten en hun dienstverband te beëindigen, met inachtneming van een redelijke opzegtermijn aan hun werkgever.

6. Ethisch zakelijk gedrag

De organisatie moet het principe van een corruptievrije omgeving in acht nemen. Transparantie wordt waargenomen bij alle activiteiten die te maken hebben met structuur, training en prestaties van medewerkers. Alle gegevensinformatie moet betrouwbaar zijn en nauwkeurig worden vastgelegd.

7. Geen discriminatie

De organisatie mag haar werknemers niet discrimineren, uitsluiten of er een bepaalde voorkeur voor hebben bij het kiezen ervan op basis van handicap, ras, geslacht en meer.

8. Fatsoenlijke werktijden

Medewerkers hoeven niet meer dan 48 reguliere uren per week te werken, onverminderd specifieke verwachtingen. In uitzonderlijke gevallen, gedefinieerd door de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), kan overwerk worden toegestaan, maar dit moet vrijwillig zijn, mag de grenswaarden voor blootstelling op het werk (WEL's) niet in gevaar brengen en moet worden betaald tegen een premie van niet minder dan één en een kwart keer de regulier tarief.

9. Geen kinderarbeid

De organisatie moet een duidelijk beleid opstellen voor het in dienst nemen van hun werknemers. Bij aanwerving moeten werkgevers ervoor zorgen dat de sollicitant niet jonger is dan 15 jaar, tenzij de baan valt onder de door de ILO erkende uitzondering.

10. Geen onzekere werkgelegenheid

Werkgevers moeten voor alle onboarding-werknemers een schriftelijk contract afsluiten waarin de nationale wetgeving, gewoonten of praktijken en internationale arbeidsnormen zijn vastgelegd.

11. Bescherming van het milieu

De organisatie moet de milieueffecten van activiteiten, inclusief afvalbeheer, beoordelen en effectief beleid en procedures opstellen om het milieu, de gemeenschap en natuurlijke hulpbronnen te beschermen.